Marieke Harmers Cosis

Een goed Duurzaam Inzetbaarheidsbeleid zorgt voor tevreden, vitale en gemotiveerde medewerkers die met plezier werken én inzetbaar blijven. Voor een zorginstelling – opererend in een sector met een hoog verzuimpercentage én flinke schaarste op de arbeidsmarkt - redenen genoeg voor een actief duurzaam inzetbaarheidsbeleid.

Marieke Harmers, Adviseur Inzetbaarheid bij Cosis, vertelt over het Duurzame Inzetbaarheidsbeleid in haar organisatie en de uitdagingen waar ze tegenaan lopen. “Wij hebben gekozen voor positieve gezondheid waarbij we focussen op veerkracht, zelfregie en leefstijl, voor cliënten én medewerkers. Vooral dat laatste is belangrijk omdat onze medewerkers altijd heel hard aan het werk zijn voor de cliënten. Hierdoor komt hun eigen inzetbaarheid vaak op een tweede plek.”

Cosis is een zorgorganisatie die hulp biedt aan mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking. Ze hebben ruim 4000 medewerkers verspreid over 250 locaties in Groningen en Drenthe. In hun dagbestedingslocaties, woonlocaties en ambulante begeleiding bieden ze hulp aan verschillende doelgroepen en leeftijden. Marieke is 15 jaar geleden bij Cosis begonnen als cliëntenbegeleider. Later is ze aan de slag gegaan als cliëntenconsulente en heeft daarna het mobiliteitsbureau opgericht. Vorig jaar is ze begonnen als Adviseur Inzetbaarheid, waar ze misschien niet meer direct voor de cliënten zorgt, maar samen met haar HR-collega’s zorgt ze voor de medewerkers, zodat zij dan weer goed kunnen zorgen voor de cliënten.

Het belang van een actief beleid op Duurzame Inzetbaarheid

Marieke: “Onze medewerkers hebben vaak een extreem hoog verantwoordelijkheidsgevoel voor hun cliënten. Hierdoor werken ze hard en gaan ze lang door, waarbij ze vaak over hun eigen grenzen heen gaan. cliënten kunnen ook echt op hun begeleiders leunen, omdat ze een kleine sociale omgeving hebben. Bijvoorbeeld bij een cliënte waarbij borstkanker was geconstateerd, kwam haar begeleidster terug op haar vrije dagen om mee te gaan naar de behandelingen, en dat is geen uitzondering. Vaak willen onze medewerkers ook privé veel ballen in de lucht houden. Dit zien we veel terug in medewerkers die mantelzorger zijn. Met hun zorghart denken ze vaak dat ze de zorg voor die belangrijke persoon in hun naaste omgeving er ook nog wel bij kunnen hebben, daardoor vergeten ze zichzelf nog weleens. Wij vinden het erg belangrijk voor onze werknemers en ook voor de continuïteit voor de cliënten, dat ons personeel inzetbaar is en blijft. Daarnaast zorgt het ook voor minder druk op de teams dus als organisatie hebben wij dan ook minder zorgen.”

Uitdagingen

In de tijd dat Marieke aan de slag is als Adviseur Inzetbaarheid heeft ze een mooie inventarisatie gemaakt van wat er al loopt in de organisatie en heeft ze een flinke bak aan mooie nieuwe ideeën. Ook werkt ze samen met de afdeling kwaliteit en onderzoek, om de verbinding te leggen in vitaliteit en inzetbaarheid voor cliënten en medewerkers. Maar toch loopt ze bij de implementatie tegen een aantal zaken aan, die wij bij meer organisaties terugzien. Zo ziet het management in hoe belangrijk duurzame inzetbaarheid is en heeft er zelfs een belangrijk speerpunt van gemaakt in de strategie. Maar het draait uiteindelijk om de mensen op de vloer. Marieke geeft aan: “Het is een uitdaging om die verbinding te zoeken. Mijn doel is dat ik het niet zelf ga bedenken, maar dat ik input krijg van de medewerkers, want zij moeten het uiteindelijk gaan doen. We hebben nu de groep vitaliteit en inzetbaarheid opgericht. De bedoeling is dat er vanuit de verschillende clusters die we hebben iemand vertegenwoordigd is in deze werkgroep. We richten ons daarbij niet alleen op leidinggevende, maar zorgen dat medewerkers uit verschillende lagen daarbij betrokken zijn. Zij kunnen dan de ideeën vanaf de werkvloer ophalen die we kunnen gaan uitdenken en uitwerken.”

Van praten en schrijven naar DOEN

Een Duurzaam Inzetbaarheidsbeleid is meer dan alleen mooie plannen maken. Deze moeten uiteindelijk ook uitgevoerd worden. En die omslag hebben ze moeite mee, geeft Marieke aan. “Vanuit HCS hebben wij Hilco Spelt als Accountmanager Duurzame Inzetbaarheid. Hij geeft aan dat we niet moeten blijven praten en schrijven; uiteindelijk gaat het erom dat je gewoon een actie gaat uitzetten. Hilco kijkt mee hoe we dat klein kunnen houden zodat het behapbaar blijft. Dat vind ik heel prettig. We zijn bijvoorbeeld aan het kijken of Veerkracht (online app en platform van HCS voor werknemers) iets voor ons is, een laagdrempelige manier om direct iets te kunnen bijdragen aan de vitaliteit van onze medewerkers.

(Priori)tijd vinden en maken

Eén van de lastigste obstakels bij Duurzame Inzetbaarheid is dat het tijd en energie van medewerkers vraagt, maar er zijn eigenlijk altijd wel zaken die op dat moment even voor gaan, zeker in de zorg, een sector die toch ook kampt met een flink personeelstekort. Marieke geeft aan “we zijn als HR-afdeling druk aan het werven. En met een goed Duurzaam Inzetbaarheidsbeleid word je een aantrekkelijke organisatie, én bind je je medewerkers aan je organisatie, zodat ze langer in de zorg willen blijven werken en niet zomaar voor een ander beroep kiezen. Daarnaast proberen we ook het bewustzijn bij elkaar te vergroten dat het niet altijd extra tijd hoeft te kosten. Zo hebben we een leidinggevende die zijn re-integratiegesprekken wandelend doet of hardlopend als dat past bij de medewerker. En dan denk ik: fantastisch! Hij deelt die ideeën ook en dan hoor ik andere leidinggevende zeggen ‘Wat een leuk idee, maar ja, ik ben niet van het hardlopen.’ ‘Ja,’ zegt hij dan, ‘verzin wat anders, ga bijvoorbeeld lekker fietsen.’ Dat vinden ze dan vaak wel een goed idee, of ze komen toch zelf met iets anders. Dat prikkelen we bij elkaar, ik zie dat dat goed werkt.”

Voor de cliënten

“Uiteindelijk doen we het voor de cliënten,” aldus Marieke. “Wij willen ze graag de stabiliteit van consistente zorg geven, je ziet echt dat het goed voor ze is. Voor corona was ons kantoor een dagbestedingslocatie. Onze cliënten zorgen dan ook een beetje voor ons, door bijvoorbeeld de lunch te verzorgen en tweemaal per dag een koffie- en theerondje te lopen. Eén van de cliënten wist ook precies wat iedereen dronk, dat vond ik zo knap! Je moest alleen niet op een dag zin hebben in iets anders, want dan ging het niet goed, haha!”